Willem I, Prins van Oranje (1533-1584).

 
     
  Zijn jeugd.Zijn jeugdjaren. Verzet tegen Spanje.Verzet tegen Spanje. Zijn dood.Zijn laatste jaren.  
     
  Willem van Nassau wordt geboren op 24 april 1533 op het "Hooge Huis" te Dillenburg" als zoon van Graaf Willem van Nassau en Juliana van Stoltenberg. Het huwelijk tussen zijn oom, René van Châlon (Prins van Oranje), en zijn tante, Anna van Lotharingen, blijft kinderloos en zodoende erft hij na de dood van zijn oom, op 11-jarige leeftijd 'al zijne goederen'. De jonge Willem wordt met het Lutherse geloof opgevoed. Na de afhandeling van de erfenis , waarbij hij onder andere de titel "Prins van Oranje" verwerft, moet de jonge Willem naar het hof te Brussel om opgevoed te worden als goed katholiek door de landvoogdes Maria van Hongarije. Volgens zijn voogden en gouverneurs verloopt zijn ontwikkeling voorspoedig. Hij krijgt les in de talen Latijn, Duits, Frans, Spaans en Italiaans. Ook krijg hij les in het Nederlands, alhoewel hij deze taal blijft doorspekken met Duitse woorden. Bovendien gaat hij naar een goede Brusselse school om de Krijgskunde en de Diplomatie onder de knie te krijgen.Wat erg opvalt aan de jonge Willem is zijn levendigheid, zijn zelfbeheersing en het gemak waarmee hij zich verbaal kan uiten.  
     
  In 1551 benoemt Keizer Karel V van Frankrijk hem tot kolonel van een regiment te velde en op 30 januari 1556 wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Hierbij zweert hij trouw aan het katholieke geloof. Op 6 juli 1551 trouwt hij met de rijke erfdochter van Maximiliaan van Buren, Anna van Egmond. Alhoewel het geen liefdeshuwelijk is, is het geen ongelukkig paar. Zij schenkt hem drie kinderen: Philips-Willem, Maria en een dochtertje dat te vroeg sterft. Op 24 maart 1558 sterft Anna van Egmond. Vlak na de dood van Anna van Egmond knoopt Willem van Oranje een relatie aan met Eva Eliver, en uit deze relatie wordt in 1559 Justines geboren, die later admiraal van Zeeland wordt. Eva Eliver trouwt later met Arondeaux, de secretaris van Hulst.  
     
  Na de vrede tussen de Spaanse Koning en de Franse Keizer op 3 april 1559 (vrede van Câteau-Cambrésis), krijgt Willem van Nassau gewetensbezwaren, nadat Koning Philips' plannen met het Nederlandse volk hem ten gehore komen; deze plannen tasten de burgerlijke en godsdienstige vrijheid aan, de bloedige inquisitie zou Nederland niet overslaan. Omdat Willem van Nassau over deze ontwikkelingen blijft zwijgen, in vergelijking met de loslippige Hendrik II, krijgt de Prins van Oranje ten onrechte de bijnaam: Willem de Zwijger. Dat deze bijnaam onterecht is, blijkt uit het feit dat hij zeer welbespraakt is en met zijn verbale capaciteiten veel mensen voor zich weet te winnen.  
     
  Het tweede huwelijk van de Prins van Oranje is met Anna van Saksen, dochter van de keurvorst Maurits van Saksen. Zij is streng Luthers opgevoed, lelijk van uiterlijk en boos van humeur. Van liefde is dan ook geen sprake, maar zij verleent de Prins de steun van Saksen, Hessen en de Paltz, en daar is het Willem van Nassau dan ook om te doen. Ondanks de tegenstellingen in geloofsovertuiging tussen de twee, en vooral de kritieken daarover van haar familie, vindt het huwelijk toch doorgang op 25 augustus 1561.  
     
  Vanaf de start van zijn tweede huwelijk begint Willem van Oranje zich te verdiepen in de godsdienstige bewegingen in Nederland en ook daarbuiten. Door zijn gemengde opvoeding (eerst Luthers, daarna katholiek) is zijn belangstelling voor het geloof afgenomen, maar daar komt door de inquisitie verandering in. Hij volgt vanaf beginjaren zestig alle godsdienstige ontwikkelingen en zijn doel is een eendrachtige samenwerking tussen Protestanten en Katholieken om onder het Spaanse juk vandaan te komen. Hij blijft vasthouden aan zijn katholieke geloof, maar is een fel tegenstander van beperkingen in geloofskeuze. Hij bevindt zich in een moeilijke positie: aan de ene kant is hij trouw aan de Spaanse Koning (Philips), aan de andere kant voelt hij mee met de Protestanten die met Rome gebroken hebben en in opstand kwamen tegen de inquisitie. Het jaar van de ommekeer is 1566. Op 20 augustus en de dagen daarna vindt in Brussel, waar de Prins op dat moment is, op dat moment één van de grootste opstanden plaats tegen de inquisitie, de beeldenstorm. De beeldenstorm vindt daar op enorme schaal plaats en waait vanuit Brussel over naar de rest van Nederland. Willem van Oranje reageert op deze opstand door drie beeldenbestormers op te hangen, maar tegelijkertijd staat hij de godsdienstbeoefening in elke kerk toe en belooft het einde van de inquisitie.  
     
  Het jaar 1566 is de ommekeer omdat Willem van Nassau zich nu definitief keert tegen de Koning van Spanje. Alva wordt naar Nederland gestuurd met het doel de opstand tegen de inquisitie de kop in te drukken. De Prins van Oranje kiest definitief voor het Nederlandse volk en alhoewel een gezamelijk optreden van Protestanten en Katholieken tegen het Spaanse gezag een utopie blijkt te zijn, keert hij zich tegen Spanje. Hij ontvlucht, net als vele anderen, het land als Alva er met zijn troepen aankomt, wachtende om terug te keren in betere tijden. Deze wending in het gedrag van Willem van Oranje kondigt een nieuwe periode in zijn leven aan: de tijd van zijn ballingsschap en zijn tijd van de pogingen Nederland te bevrijden van de Spanjaarden. Alhoewel deze nieuwe periode de moeilijkste en zwaarste van zijn leven is, is het wel de periode waarin hij het Nederlandse volk voor zich weet te winnen en de basis legt voor het huidige Nederlandse Koningshuis.  
     
  Willem van Oranje begint met het aanwerven van legers om verzet te bieden tegen de uitvoerders van het Spaanse beleid en correspondeert met vele mensen in heel Europa om steun te winnen voor zijn doel: godsdienstvrijheid en verdrijving van de Spanjaarden uit Nederland. Hij verklaart zich op 25 maart 1568 voor het Protestantisme (maar bekeerd zich nog niet), maar belooft tevens de Katholieken, met uitzondering van de tirannie, volledige bescherming. De Spaanse troepen vallen Nederland binnen en de Prins reageert met de geestkracht die hij op jonge leeftijd al bezat, namelijk met geduld en de woorden "Et suis encores délibré avecq l'ayde de Dieu de pousser oultre". Vrij vertaald:"We gaan door met Gods hulp". In deze tijd wordt ook het Wilhelmus geschreven en in deze context is het duidelijk dat dit lied een monument is voor Oranje. Alva heeft ondertussen bijna geheel Nederland in zijn greep met zijn troepen, zijn belastingen en de bloedraad. Het verzet in Nederland groeit en de hoop is gevestigd op Willem van Nassau. Alhoewel hij tegenwerking ondervindt van de Duits-Lutherse vorsten, blijft hij met een enorme dosis geduld doorgaan met steun verlenen, raadgeven en plannen maken.  
     
  Na een smadelijke nederlaag tegen de veldheer Alva in 1570 zijn alleen Holland en Zeeland nog in staat de Spaanse belegering te voorkomen. Willem van Oranje vestigt zich in Enkhuizen temidden van het volk. Enkhuizen weigerde Spaanse garnizoenen binnen de stad te laten en de Prinsenvlag, het Oranje-Blanje-Blue, wappert er aan de toren. Willem van Oranje probeert vanuit deze stad de zaken te regelen. In Nederland zijn de groepen nogal verdeeld. Willem moet het vertrouwen zien te winnen van zowel de Katholieken als de Protestanten (Lutheranen en Calvinisten). De Prins zelf besluit zich van ongelovig Katholiek te bekeren tot gelovig Lutheraan, en zo bemoeilijkt hij het zichzelf het vertrouwen te winnen van Katholieken en Calvinisten. Toch staat hij een bondgenootschap tussen alle partijen voor, en dat is ook gelukt door vele eisen van de Calvinisten te pikken. Hij is dit bondgenootschap ook altijd trouw gebleven. Het politiek gedrag van de Prins is niet bepaald door zijn eigen godsdienstige beleving, maar hij heeft zijn eigen godsdienstige beleving ondergeschikt gemaakt aan het politieke belang van Nederland.  
     
  De periode vanaf 1572 is er één van veel bloedvergieten. Vele Nederlanders vinden de dood op slagvelden waaronder twee broers van Willem van Nassau, Lodewijk en Hendrik van Nassau, in het jaar 1574. Met veel geduld weet Willem van Oranje de bewoners van het Rijnland, het Schieland en het Delfland ervan te overtuigen dat de beste manier om te voorkomen dat de Spanjaarden de stad Leiden veroveren (er is al een Spaans beleg gaande), is om de dijken door te breken en zodoende het land te laten onderstromen. Het plan slaagt en de stad Leiden blijft in handen van Nederland. De Spanjaarden blijven echter nog steeds de oude vrijheid en welvaart van het Nederlandse volk in de weg staan. Willem van Oranje blijft een beleid voorstaan waarmee de Spanjaarden met gezamelijke krachten uit Nederland verdreven kunnen worden en bovendien streeft hij naar een gezamelijk vaderland. Alle provinciën der Nederlanden moesten samen één natie gaan vormen als de Spanjaarden verdreven waren.  
     
  Willem van Oranje weet als geen ander gebruik te maken van de drukpers, een nieuwe uitvinding. Hij laat pamfletten verspreiden waarin hij propaganda maakt voor zijn beleid. De Gewesten komen op 5 november 1576 tot een overeenkomst met de Pacificatie van Gent. De prins van Oranje is dan inmiddels uitgegroeid tot moreel leider van Holland en Zeeland. Een sfeer van vreugde en verademing heerst onder de Nederlanders en bovendien verliezen de Spanjaarden terrein. Een gemeenschappelijk optreden tegen de vijand lijkt bereikt, maar toch is er nog veel verdeeldheid. Er zijn in de verschillende Provinciën maar liefst vier verschillende regeringen werkzaam. De Prins doet een laatste poging om tot een godsdienstvrede te komen en zo het bloedvergieten te voorkomen. Hij probeert tot eendracht te komen door aan te geven dat de vijand maar één vrees heeft, namelijk dat de Nederlanders op het punt van godsdienst eensgezind zullen zijn. Deze poging faalt echter, omdat de gemoederen bij beide partijen te hoog oplopen zodat bemiddeling geen zin meer heeft. In Utrecht faalt het bereiken van de godsdienstvrijheid door de katholieken, in Holland door de gereformeerden, maar vooral door de ontwikkelingen in Gent mislukken de plannen van Willem van Oranje. Een golf van terreur, plundering en beeldstormerij woedt over de stad en van een eventuele godsdienstvrijheid is geen sprake meer.  
     
  Het huwelijk van de Prins van Oranje met Anna van Saksen is, zoals gezegd, geen liefdeshuwelijk. Zij keert hem snel de rug toe. Het huwelijk brengt hem dan ook weinig anders dan verdriet. Zij is slecht gehumeurd, vaak dronken, pleegt overspel en op 18 december 1577 sterft zij een eenzame dood. Zij schenkt hem wel vier kinderen; Anna, Maurits (deze sterft in zijn geboortejaar), een tweede Maurits en Emilie. Bij Anna's dood zijn de twee inmiddels gescheiden. Nog voor haar dood trouwt Willem van Oranje zijn derde vrouw, Charlotte van Bourbon, en deze keuze was een gelukkige. Hij vindt bij haar liefde, gezelligheid, aanhankelijkheid en verzorging. Zij trouwen op 24 april 1575 in Dordrecht. Charlotte van Bourbon wordt door vele mensen geliefd. Zij schenkt de Prins van Oranje zes dochters. Na de aanslag op de prins op 18 Maart 1582 verzorgt zij hem met zoveel zorg, maar vergeet zelf rust te nemen. Deze taak wordt haar fataal. Haar gezondheid laat het afweten en zij sterft op 5 mei 1582. Haar dood wordt door zeer veel mensen betreurd. De moeder van Willem van Oranje, Juliana van Stoltenberg, die voor een groot gedeelte verantwoordelijk is voor zijn opvoeding en heeft bijgedragen aan het karakter van de Prins, sterft op 18 juni 1580 op 76-jarige leeftijd. Zij laat 123 kinderen en kleinkinderen achter.  
     
  De Unie van Utrecht wordt na aandringen van Willem van Oranje in 1579 getekend. De Unie verbindt de Noordelijke Provinciën en heeft als doel een eenheid te vormen tegen het gevaar in het Zuiden. De Provinciën Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, de Ommelanden en Friesland tekenen de Unie. Willem van Nasau tekent de Unie pas veel later, omdat het toch een einde betekent van zijn ideaal, een eenheid tussen Noord en Zuid. De Unie is niet tegen het Zuiden, er zijn zelfs enkele steden die ook tekenen, maar het is niet het ideaal dat Willem van Oranje voorstaat. In het verdrag is bepaald dat niemand vervolgd mag worden vanwege zijn geloofsbeleving. Dit is een primeur in de Europese geschiedenis en is dus mede te danken aan het werk van Willem van Oranje.  
     
  Na de dood van Charlotte van Bourbon, 5 mei 1582, trouwt Willem van Oranje op 12 april 1583 met Louise de Coligny, mede in de hoop de Fransen voor zich te winnen. Uit het huwelijk wordt op 28 februari Frederik Hendrik geboren. Koning Philips heeft dan inmiddels al een prijs gezet op het hoofd van de Prins. Hij wordt "de pest van de gehele Christelijkheid en vijand van het menselijk geslacht" genoemd. Na vele mislukte aanslagen op zijn leven, slaagt Balthasar Gerards er wel in op dinsdag 10 juli 1584 in De Prinsenhof te Delft . Het land is in tranen, de "Vader des Vaderlands" is dood. Op 3 augustus wordt de Prins van Oranje begraven. Hij is altijd blijven vasthouden aan zijn ideaal, Noord en Zuid verenigd als één natie. Hij heeft in zijn leven verschrikkelijk veel tegenslagen moeten verwerken, zowel op het privé- als op het politieke vlak. Zijn moordenaar is terechtgesteld op een manier waarmee de Prins niet gelukkig zou zijn geweest.